Harry Suykerbuyk April 2025
Inleiding
De farmaceutische industrie ligt al decennialang onder vuur. De kritiek richt zich niet alleen op de veiligheid of werkzaamheid van medicijnen, maar vooral op het marktgedrag en de prijsstelling van grote farmaceutische bedrijven. Zo zijn in de Verenigde Staten de prijzen van medicijnen de afgelopen jaren met gemiddeld 10% per jaar gestegen, vaak zonder dat daar duidelijke innovatie tegenover staat. Sommige bedrijven halen oude medicijnen bewust van de markt om ze vervolgens tegen exorbitante prijzen opnieuw aan te bieden. Marktmonopolies als gevolg van octrooien en de vaak onvoorziene, economische effecten van de complexe geneesmiddelenregelgeving houden deze prijsstijgingen in stand.
Toch is het beeld niet zwart-wit. De farmaceutische industrie heeft grote wetenschappelijke doorbraken gerealiseerd, van vaccins tot antivirale middelen en van medicijnen, die het menselijk immuunsysteem activeren tot de succesvolle behandeling van genetische aandoeningen. Deze innovaties hebben het leven van miljoenen mensen wereldwijd verbeterd en verlengd. De industrie balanceert daarmee tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en winstmaximalisatie.
I. Van plantaardige geneesmiddelen tot gentherapie
De ontwikkeling van medicijnen gaat duizenden jaren terug. Oude beschavingen gebruikten wilgenbast (met daarin salicylzuur, het natuurlijke broertje van aspirine) als pijnstiller. Opium uit de onrijpe zaadbollen van een papaversoort werd al eeuwen geleden gebruikt als verdovend middel.
De afgelopen vijftig jaar zijn er grote doorbraken geweest. Antibiotica hebben bacteriële infecties onder controle gebracht. Immunotherapieën maken het mogelijk om kankercellen te bestrijden door het eigen afweersysteem te activeren. Het overlevingspercentage bij bepaalde vormen van kanker is hierdoor met 20% tot 30% gestegen. Gentherapie biedt nieuwe kansen bij erfelijke aandoeningen door defecte genen te repareren of uit te schakelen. De ontwikkeling gaat snel: CRISPR-Cas-technologie maakt het nu zelfs mogelijk om het menselijk DNA te herschrijven.
Toch worden oude medicijnen nog steeds gebruikt. Aspirine en opioïden zijn chemische varianten van bepaalde werkzame stoffen in plantenextracten die al duizenden jaren worden toegepast. De evolutie van medicijnen laat zien dat wetenschappelijk inzicht, technologie en toeval (‘serendipity’) vaak hand in hand gaan.
II. Incidenten en regulering
De farmaceutische industrie kent een lange geschiedenis van schandalen en incidenten die tot strengere regelgeving hebben geleid. In de Verenigde Staten werden begin vorige eeuw kwakzalvers aangepakt die ‘patent’geneesmiddelen verkochten zonder duidelijkheid over de ingrediënten. Vaak bevatten deze producten cocaïne of heroïne.
Het thalidomide-schandaal (1957–1961) was een keerpunt. Het middel werd verkocht als een veilig slaapmiddel voor zwangere vrouwen, maar veroorzaakte wereldwijd ongeveer 10.000 gevallen van ernstige geboorteafwijkingen. Dit leidde overal tot strengere eisen voor toelating tot de markt, waaronder verplichte klinische proeven. Sindsdien is het aanscherpen van de regels steeds doorgegaan, maar het blijft lastig om risico’s volledig uit te sluiten.
De ironie wil overigens dat thalidomide later effectief bleek tegen bepaalde vormen van kanker, maar alleen onder strikte voorwaarden om herhaling van het drama te voorkomen.
III. De opioïdencrisis: schuld van de industrie?
De opioïdencrisis in de Verenigde Staten en Canada begon in de jaren 90. Purdue Pharma bracht OxyContin (oxycodon) op de markt, een krachtige pijnstiller waarvan het bedrijf beweerde dat deze weinig verslavingsgevaar opleverde. Dat bleek een leugen. Gebruikers raakten wel degelijk regelmatig verslaafd en schakelden vervolgens vaak over op heroïne en fentanyl, wat leidde tot meer dan 500.000 doden tussen 1999 en 2019.
Purdue en de eigenaren van het bedrijf, de familie Sackler, werden uiteindelijk veroordeeld tot het betalen van $4,5 miljard aan schadevergoedingen. Maar ook andere producenten en distributeurs bleken schuldig aan het faciliteren van de verslavingscrisis.
Oxycodon was meer dan honderd jaar eerder ontwikkeld als een chemische variant van thebaïne, een morfine-achtige stof, die in kleine hoeveelheden in het melksap (opium) van de slaapbol voorkomt. Opium zelf staat al eeuwenlang bekend om zijn verslavende werking. Thebaïne heeft, opvallend genoeg, geen sederende, maar juist een stimulerende werking. Daarom hoopte men op een veel geringere kans op verslaving in vergelijking met morfine. Het bleek echter ijdele hoop, want het verslavingsrisico van oxycodon (en van alle andere opioïden) bleek uiteindelijk onmiskenbaar.
IV. Prijsstijgingen: een structureel probleem
Medicijnprijzen zijn de afgelopen decennia in tal van gevallen explosief gestegen. Nieuwe geneesmiddelen zijn vaak peperduur, maar zelfs oude medicijnen worden soms voor woekerprijzen verkocht. Het Zwitserse bedrijf Hoffmann-La Roche hanteerde in de jaren zeventig hoge prijzen van de kalmeringsmiddelen Valium en Librium. Onder meer de Nederlandse overheid probeerde de prijzen te verlagen, maar Roche wist via juridische stappen de ingreep ongedaan te maken.
De farmaceutische industrie heeft verschillende prijsstrategieën om prijzen of opbrengsten te maximaliseren.
De twee meest bekende zijn:
- Skimming pricing: Een hoge prijs hanteren zolang er geen concurrentie is.
- Penetration pricing: De prijs laag houden om concurrenten te ontmoedigen.
En er is nog een andere, uitzonderlijke en tevens zeer laakbare strategie, namelijk:
- Buy and raise prices: Een oud geneesmiddel opkopen en daarna de prijs verhogen.
Aspen Pharmacare verhoogde bijvoorbeeld de prijs van oude kankermedicijnen met 300% tot 1500%. Na druk van de Europese Commissie werd Aspen gedwongen om de prijzen te verlagen.
V. Octrooien en monopolies
Octrooien beschermen innovatie, maar leiden tijdelijk ook tot marktmacht. Een primair octrooi geeft het bedrijf standaard meestal 20 jaar (gerekend vanaf de datum van de indiening van de octrooiaanvraag) marktexclusiviteit voor zijn product. Bedrijven proberen vaak deze periode te verlengen met secundaire octrooien, bijvoorbeeld door kleine aanpassingen in de dosering of toedieningsvorm.
Zo slaagde AbbVie erin om de octrooibescherming van het reumamedicijn Humira te verlengen met meer dan 100 vervolgoctrooien. Hierdoor kwamen concurrerende biosimilars (generieke biologische medicijnen) pas laat op de markt, waardoor de prijs van het AbbVIe medicijn hoog bleef.
Soms worden medicijnen zelfs zonder octrooi tegen extreme prijzen verkocht. Het bekendste voorbeeld is dat van de controversiële ondernemer Martin Shkreli, die de prijs van Daraprim (onder meer voor de behandeling van malaria) in één klap verhoogde van $13,50 naar $750 per tablet. Daarbij werd wel slinks gebruik gemaakt van een sluikweg in de ingewikkelde geneesmiddelenwetgeving.
VI. Vaccinmarkt: publieke en private belangen
Tijdens de COVID-19-pandemie profiteerden een paar bedrijven, met name Pfizer en Moderna, van overheidsinvesteringen van in totaal $12 miljard. Bedrijven zelf achtten het risico om te investeren in de opbouw van zeer forse productiecapaciteiten te groot, gelet op het onvoorspelbare karakter van de (aard en duur van de) pandemie. De hoge prijzen en beperkte beschikbaarheid in armere landen leidden tot kritiek, hoewel ook er nationale overheden waren. Die de gezondheid van de eigen burgers vooropstelden en export tegen hielden.
VII. Conclusie
De farmaceutische industrie balanceert tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en winstbejag. Er zijn grote wetenschappelijke successen geboekt, maar het marktgedrag vertoont bij voortduring stelselmatig flinke zwaktes. Hoge prijzen, octrooimisbruik en monopoliegedrag zijn structurele problemen die vragen om politieke en economische tegenkrachten.
Strenge, doelmatige regulering en transparantie zowel over prijsstellingen als over onderzoeksresultaten zijn noodzakelijk om het evenwicht tussen innovatie en toegankelijkheid te bewaken en waar nodig te herstellen. De farmaceutische industrie heeft bewezen levensreddende medicijnen te kunnen ontwikkelen, maar het risico op ontsporing is en blijft aanwezig. Een gezonde geneesmiddelenmarkt is alleen mogelijk als winst en ethiek hand in hand gaan en er een goede balans is tussen marktmacht en collectief georganiseerde tegenmacht.