
Door Bert Breij
Het woord is alles in het parlement. Het is de kans om je standpunt te roeren, je overtuigingen scherp neer te zetten, en jouw idee van de waarheid uit te dragen. Het is de essentie van de democratie: het vrije woord, het debat, de botsing van gedachten.
Hierin ligt de kracht van het parlement.
Maar het woord heeft ook een keerzijde. Het kan opstuwen, maar ook afbreken. Woorden kunnen verbinden, maar even zo goed splijten. De geschiedenis leert ons dat woorden niet onschuldig zijn.
In 1925 – 100 geleden – gebruikte Mussolini zijn woorden om een democratie te ondermijnen. Hij stelde vragen over instituties, zaaide wantrouwen, creëerde vijanden, en maakte zichzelf onmisbaar. Zijn woorden veranderden de politieke atmosfeer tot er niets meer over was van debat – alleen een echo van zijn eigen stem. 1925 greep hij echt naar de totale macht. Toegejuicht om het woord. Met internationaal vrienden aan zijn zijde.
Ook vandaag zien we hoe het woord kan verschuiven van instrument tot wapen. Het voordeel van vrijelijk je woordje kunnen roeren, kan omslaan in een podium om wantrouwen te zaaien of de democratie zelf in twijfel te trekken. Woorden die scherp, simplistisch en repetitief zijn, kunnen krachtige beelden oproepen – maar ook de basis van vertrouwen uithollen.
Het woord is het fundament van het parlement, maar juist daarom vraagt het verantwoordelijkheid. Want woorden bouwen. Of ze breken af. En dat laatste gebeurt sneller dan we vaak doorhebben.