De oorlog is inmiddels zo verweven geraakt met geopolitieke belangen, militaire strategieën, economische macht en technologische ontwikkelingen dat de oorspronkelijke vraag bijna uit beeld is verdwenen: hoe behouden wij onze menselijkheid?

De onmenselijkheid van de oorlog in Oekraïne en de keuze voor solidaire technologie

Wanneer een oorlog langer duurt dan verwacht, gebeurt er iets merkwaardigs: mensen wennen eraan. Wat eerst een schok was, wordt een nieuwsbericht, wat eerst een tragedie was, wordt een dossier en wat eerst een mens was, wordt een statistiek. Misschien is dat wel het meest onmenselijke aspect van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Al jaren sterven soldaten en burgers, raken gezinnen ontwricht, worden steden verwoest en worden jonge levens opgeofferd aan politieke doelen die steeds verder van gewone mensen af lijken te staan. De oorlog is inmiddels zo verweven geraakt met geopolitieke belangen, militaire strategieën, economische macht en technologische ontwikkelingen dat de oorspronkelijke vraag bijna uit beeld is verdwenen: hoe behouden wij onze menselijkheid?

Voor veel mensen is de schuldvraag eenvoudig. Rusland viel Oekraïne binnen en daarmee begon de oorlog zoals wij die vandaag kennen. Het Russische regime onder Vladimir Poetin draagt daarom een directe verantwoordelijkheid voor de agressie en voor het enorme menselijke leed dat daarvan het gevolg is. Toch begint begrip van een oorlog niet bij het eerste schot. De wortels van deze oorlog liggen dieper, in de jaren na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, in de uitbreiding van de NAVO richting het oosten, in het groeiende wantrouwen tussen Rusland en het Westen, in de strijd om invloedssferen, in de gebeurtenissen op de Krim en in de Donbas en in politieke keuzes waarbij kansen op ontspanning verloren gingen. Dat betekent niet dat alle partijen evenveel schuld dragen, maar wel dat grote conflicten zelden door één enkele oorzaak ontstaan. Wie de geschiedenis terugbrengt tot een strijd tussen helden en schurken, maakt de werkelijkheid kleiner dan zij werkelijk is.

Oorlogen worden bovendien niet alleen gevoerd met soldaten en wapens, maar ook met geld. Rusland financiert zijn oorlog met inkomsten uit olie, gas, grondstoffen en belastingen, terwijl Oekraïne enorme financiële en militaire steun ontvangt van de Verenigde Staten, de Europese Unie en andere bondgenoten. Die steun wordt vaak gepresenteerd als een verdediging van vrijheid, democratie en zelfbeschikking, en dat is een belangrijk deel van de waarheid. Maar het is niet de hele waarheid. Staten handelen zelden uit idealen alleen. Veiligheid, invloed, economische belangen en strategische posities spelen eveneens een rol. Defensiebedrijven zien hun orderboeken groeien, energiebedrijven vinden nieuwe markten en regeringen proberen hun positie in de wereld veilig te stellen. Zoals zo vaak in de geschiedenis lopen idealen en belangen door elkaar heen en is het moeilijk vast te stellen waar het ene eindigt en het andere begint.

Deze oorlog onderscheidt zich echter van veel eerdere oorlogen door de centrale rol van technologie. Het conflict wordt niet alleen uitgevochten met tanks, raketten en artillerie, maar ook met satellieten, drones, cyberaanvallen, algoritmen en kunstmatige intelligentie. Drones zoeken doelen op en voeren aanvallen uit, satellieten verzorgen communicatie en informatievoorziening, cyberaanvallen richten zich op energiecentrales, overheidsdiensten en communicatienetwerken, sociale media worden ingezet om verhalen, beelden en propaganda te verspreiden en kunstmatige intelligentie helpt bij analyses die vroeger weken kostten en nu in enkele minuten kunnen worden uitgevoerd. Oekraïne is daarmee niet alleen een slagveld van mensen en machines, maar ook een laboratorium voor een nieuwe vorm van oorlogvoering waarin technologie steeds zelfstandiger lijkt te worden.

Daarmee komt een fundamentele vraag naar voren. Technologie is niet neutraal. Zij kan levens redden, maar ook levens vernietigen. Zij kan mensen verbinden, maar ook verdelen. Zij kan solidariteit versterken, maar ook ondermijnen. Dezelfde kunstmatige intelligentie die artsen helpt bij het stellen van diagnoses kan worden ingezet om militaire doelen te selecteren. Dezelfde satellieten die hulpverleners ondersteunen bij natuurrampen kunnen worden gebruikt voor oorlogsvoering. Dezelfde communicatietechnologie die mensen dichter bij elkaar brengt kan worden ingezet om haat, angst en desinformatie te verspreiden. Technologie vergroot immers vaak wat mensen al doen. Wanneer samenwerking, rechtvaardigheid en medemenselijkheid centraal staan, kan technologie bijdragen aan een betere samenleving. Wanneer macht, angst en overheersing centraal staan, kan dezelfde technologie juist leiden tot meer geweld, meer controle en meer ongelijkheid.

Juist daarom gaat de discussie over technologie niet in de eerste plaats over techniek, maar over waarden. Niet wat technologie kan, maar waarvoor wij haar willen gebruiken. Te vaak wordt technologische vooruitgang gelijkgesteld aan maatschappelijke vooruitgang, alsof iedere innovatie automatisch een verbetering betekent. De oorlog in Oekraïne laat zien dat dit een gevaarlijke gedachte is. Dezelfde samenleving die in staat is kunstmatige intelligentie te ontwikkelen voor medische doorbraken, kan diezelfde intelligentie gebruiken om efficiënter te doden. Dezelfde ingenieur die communicatiesystemen ontwerpt om mensen te verbinden, kan worden gevraagd systemen te bouwen die vijanden opsporen en uitschakelen. Vooruitgang is daarom nooit uitsluitend een technische kwestie; zij is altijd ook een morele keuze.

Daarom zou het debat over Oekraïne niet alleen moeten gaan over militaire strategie of geopolitieke macht, maar ook over de toekomst die wij willen bouwen. Willen wij een wereld waarin steeds slimmere systemen worden ontwikkeld om tegenstanders sneller uit te schakelen, of willen wij een wereld waarin technologische innovatie vooral wordt ingezet voor gezondheidszorg, onderwijs, klimaatbeleid, ouderenzorg en menselijke ontwikkeling? Dat is geen theoretische vraag. De miljarden die wereldwijd naar militaire innovatie gaan, kunnen slechts één keer worden uitgegeven. Geld dat naar nieuwe wapensystemen gaat, wordt niet besteed aan armoedebestrijding, zorg, onderwijs of klimaatadaptatie. Natuurlijk hebben staten het recht zich te verdedigen en is veiligheid een legitieme overheidstaak, maar een samenleving die haar grootste talenten vooral inzet voor het perfectioneren van oorlogstechnologie loopt het risico haar morele richting kwijt te raken.

De grootste verliezers van deze oorlog zijn ondertussen niet de presidenten, generaals of aandeelhouders, maar de mensen die nooit om deze oorlog hebben gevraagd. Het zijn Russische ouders die hun kinderen verliezen, Oekraïense gezinnen die hun huis en hun toekomst kwijtraken, kinderen die opgroeien met luchtalarmen als achtergrondgeluid van hun jeugd, ouderen die verstoken raken van zorg en jonge soldaten die terugkeren met trauma’s die hen hun hele leven zullen achtervolgen. Daarom is selectief medeleven gevaarlijk. Menselijkheid verliest haar betekenis wanneer zij alleen geldt voor mensen aan de eigen kant van een conflict. Echte menselijkheid begint waar wij ook het lijden van de ander durven te erkennen, zelfs wanneer die ander tot het vijandelijke kamp behoort.

Elke oorlog brengt bovendien morele blindheid voort. Dat geldt voor dictaturen, maar ook voor democratieën. Verhalen worden eenvoudiger gemaakt, twijfel wordt verdacht en kritische vragen worden soms gezien als gebrek aan loyaliteit. Toch zijn juist die vragen noodzakelijk. Hoeveel doden zijn acceptabel? Wanneer wordt een overwinning duurder dan vrede? Wanneer verandert verdediging in een mechanisme dat oorlog verlengt? En wie bepaalt uiteindelijk welke prijs nog aanvaardbaar is? Vrijwel iedere oorlog eindigt uiteindelijk aan een onderhandelingstafel, niet omdat de partijen elkaar vertrouwen en niet omdat alle verschillen verdwijnen, maar omdat de prijs van verder vechten uiteindelijk hoger wordt dan de prijs van praten.

Misschien is de oorlog in Oekraïne daarom meer dan een strijd tussen twee landen. Misschien is zij een spiegel voor de hele wereld. De vraag is niet alleen hoe Rusland zich gedraagt of hoe Oekraïne zich verdedigt. De vraag is ook hoe wij omgaan met macht, veiligheid, technologie en menselijkheid. Kunnen wij agressie veroordelen zonder te vervallen in haat? Kunnen wij slachtoffers steunen zonder nieuwe vijandsbeelden te creëren? Kunnen wij veiligheid nastreven zonder oorlog te normaliseren? Kunnen wij technologie ontwikkelen zonder haar uitsluitend in dienst te stellen van macht?

Dat zijn uiteindelijk de vragen die ertoe doen. De belangrijkste technologische vraag van deze eeuw is geen technische vraag, maar een morele vraag. Niet of wij steeds krachtigere systemen kunnen bouwen, maar of wij de wijsheid bezitten om ze in dienst te stellen van het leven. Een beschaving wordt niet beoordeeld op de intelligentie van haar machines, maar op de manier waarop zij haar kennis gebruikt voor mensen, dieren, natuur en toekomstige generaties. De oorlog in Oekraïne laat zien wat er gebeurt wanneer technologie en macht elkaar versterken. De echte uitdaging van deze eeuw is daarom niet méér technologie, maar technologie die verbonden blijft met menselijke waardigheid, verantwoordelijkheid en solidariteit. De vraag is uiteindelijk niet wie deze oorlog wint. De vraag is of de menselijkheid de oorlog overleeft.

Dr. Bert Breij
Voorzitter Stichting DeSolidariteit

Amsterdam, 20 juni 2026

 

Photo by Dmytro Tolokonov on Unsplash

 

0 reacties

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door Bert Breij

Door Bert Breij

En meer…

Share This

Vertel het door...

Deel deze pagina via je social media.