
Door Bert Breij
Democratie is een weerbarstig begrip. Ze wordt geroemd als de hoogste vorm van bestuur, waar de macht aan het volk toebehoort. Maar tegelijk wordt ze uitgedaagd door zij die snelle daadkracht eisen en smalen op haar traagheid. Is democratie daarmee, zoals sommigen zeggen, “voor watjes”? Of toont ze juist kracht in haar kwetsbaarheid?
Wie democratie oppervlakkig bekijkt, ziet inderdaad een log systeem. Iedereen mag meepraten, zelfs de meest ongeïnformeerden, en besluiten komen pas na lang palaveren tot stand. Dictators en autocraten lijken dan sterker: ze wijzen met een vinger en het werk wordt gedaan. Maar juist die schijnbare daadkracht blijkt vaak de oorzaak van rampzalig beleid, verstikt door corruptie en machtsmisbruik.¹ (p. 87-92)
Democratie vraagt moed. Niet de kracht van één sterke man, maar de veerkracht van velen die samen worstelen, onderhandelen, en bouwen aan een gezamenlijke toekomst. Die traagheid is geen zwakte, maar een voorwaarde voor rechtvaardigheid. Want waar iedereen gehoord wordt, kan het beleid niet anders dan rechtvaardiger en duurzamer zijn.² (p. 104107)
Kortom, democratie is niet voor “watjes”. Ze is voor mensen die geloven in de kracht van woorden en de lange adem van rechtvaardigheid. Ze stelt eisen aan ons geduld en ons geloof in elkaar. Misschien is dat haar grootste uitdaging – en tegelijk haar grootste kracht.
Levitsky, S., & Ziblatt, D. (2018). How Democracies Die. Crown, pp. 87-92.
Mounk, Y. (2018). The People vs. Democracy: Why Our Freedom is in Danger and How to Save It. Harvard University Press, pp. 104107.