De verstandigste weg ligt tussen twee uitersten: geen onvoorwaardelijke miljardensteun, maar ook geen simplistische conclusie dat sluiting economisch rationeel zou zijn.

Laat Tata Steel niet het slachtoffer worden van economisch simplisme

Opiniestuk van Bert Breij in De Volkskrant van 19 maart 2026

Lees het artikel in De Volkskrant of hieronder.

Het besluit over de staalfabriek in IJmuiden moet meer zijn dan een simpele rekensom. Het gaat om een keuze over de toekomst van industrie, technologie en werk in Nederland.

Een groep van 117 economen heeft de politiek in Trouw opgeroepen geen miljardensteun te geven aan Tata Steel in IJmuiden, met als argument dat subsidie aan het staalbedrijf economisch inefficiënt zou zijn, risicovol voor de schatkist en een slechte besteding van schaarse middelen zoals energie en ruimte.

Dat klinkt overtuigend, maar het is een te eenvoudige analyse van een veel ingewikkelder probleem, want de discussie over Tata Steel gaat niet alleen over de winstgevendheid van één bedrijf maar raakt aan vragen over industriebeleid, geopolitiek, werkgelegenheid, gezondheid en klimaat. En wie het debat uitsluitend bekijkt vanuit economische efficiëntie, mist een belangrijk deel van het verhaal.

Kwetsbaar

Staal is geen willekeurig product, maar een basisgrondstof voor vrijwel alles wat een moderne samenleving nodig heeft, van bruggen en spoorlijnen tot windmolens, auto’s, defensiematerieel en woningen. Bovendien kan Europa zich moeilijk permitteren volledig afhankelijk te worden van staal uit landen waar de productie minder duurzaam is en geopolitieke afhankelijkheden groter zijn.

De afgelopen jaren hebben bovendien laten zien hoe kwetsbaar internationale ketens zijn, want de pandemie, de oorlog in Oekraïne en de groeiende spanningen tussen economische machtsblokken hebben duidelijk gemaakt dat strategische industrie meer is dan een kwestie van marktwerking en dat het ook gaat om autonomie en veiligheid.

Daarbij komt dat Tata Steel niet alleen een bedrijf is, maar het centrum van een omvangrijk industrieel ecosysteem. In IJmuiden werken ongeveer 9.000 mensen direct bij het staalbedrijf, maar daaromheen bestaat nog een heel netwerk van toeleveranciers, onderhoudsbedrijven, transporteurs, ingenieursbureaus en technische dienstverleners waarin nog eens vele duizenden mensen werkzaam zijn. Voor veel van deze bedrijven vormt de staalindustrie de economische ruggengraat. Achter de statistieken van werkgelegenheid gaan gezinnen, vakmanschap en generaties technische kennis schuil die niet zomaar verdwijnen en elders opnieuw ontstaan.

In economische modellen wordt vaak gesproken over herallocatie van arbeid, alsof werknemers zich eenvoudig verplaatsen van de ene sector naar de andere. De werkelijkheid is anders. De geschiedenis van industriële sluitingen laat zien dat regio’s nog jarenlang worstelen met de gevolgen van het verdwijnen van een grote werkgever. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat iedereen uiteindelijk wel weer op zijn pootjes terechtkomt. Voor een 50-jarige onderhoudsmonteur of een specialist in zware industriële installaties is een overstap naar een totaal andere sector allerminst vanzelfsprekend.

Transformatie

Tegelijk kan niemand ontkennen dat de staalindustrie voor een grote transformatie staat. Traditionele hoogovens behoren tot de meest vervuilende industriële installaties die we kennen en omwonenden van het industriegebied in de IJmond maken zich al jaren zorgen over hun gezondheid, niet zonder reden. De uitstoot van schadelijke stoffen is een serieus probleem dat niet langer kan worden genegeerd. Juist daarom is de discussie over steun zo belangrijk, want de vraag is niet alleen óf er steun moet komen, maar vooral onder welke voorwaarden.

Wat in het huidige debat vaak ontbreekt, is historisch perspectief. De Nederlandse staalindustrie is nooit een sector geweest die volledig aan de markt werd overgelaten. Vanaf het begin heeft de overheid een rol gespeeld in de ontwikkeling ervan. Hoogovens IJmuiden ontstond in het begin van de 20ste eeuw met steun en bescherming van de staat omdat men vond dat een land met een moderne economie ook een eigen staalindustrie nodig had.

Later werd het bedrijf onderdeel van het internationale concern Corus en vervolgens van Tata Steel. In al die fasen waren overheid, provincie en gemeenten betrokken, soms steunend, soms kritisch, maar altijd vanuit het besef dat het om een sector van nationaal belang ging.

Ook de afgelopen decennia is de houding van de overheid en van de Provinciale Staten wisselend geweest. Soms werd nadruk gelegd op behoud van werkgelegenheid en industriële capaciteit, soms op milieu en gezondheid, en soms op marktwerking. Die wisselende signalen hebben bijgedragen aan onzekerheid over de koers van het bedrijf en over de investeringen die nodig zijn om de fabriek te moderniseren en te verduurzamen. Het is daarom wel erg gemakkelijk om nu te doen alsof het uitsluitend een kwestie van bedrijfseconomische rationaliteit is.

Groen staal

In andere delen van Europa wordt inmiddels gewerkt aan zogenoemd groen staal en in Zweden ontwikkelt staalproducent SSAB productie op basis van waterstof waardoor de CO₂-uitstoot drastisch kan verminderen. Dat laat zien dat de sector niet per definitie een industrie van het verleden is, maar ook onderdeel kan zijn van de industriële transitie van de toekomst. Nederland beschikt over kennis, havens en infrastructuur die daarvoor geschikt zijn en het zou opmerkelijk zijn als we juist op het moment dat de technologie verandert, besluiten de sector op te geven.

De economen hebben gelijk dat publieke middelen schaars zijn, want de energietransitie vraagt enorme investeringen en het elektriciteitsnet zit op veel plaatsen vol, maar dat betekent niet dat steun aan Tata Steel per definitie onverstandig is, wel dat zij nooit een blanco cheque mag zijn. Als de overheid investeert moet dat gebeuren met duidelijke voorwaarden, met garanties voor versnelling van de vergroening van de productie en met een serieus plan voor verbetering van de leefomgeving van omwonenden.

Tegelijk moet worden erkend dat industriebeleid altijd een strategische afweging is. De vraag is niet alleen of een bedrijf vandaag economisch optimaal functioneert, maar ook welke rol een sector speelt in de toekomst van een economie. Overal ter wereld investeren staten opnieuw in strategische industrie, van halfgeleiders tot batterijen en waterstoftechnologie. De Verenigde Staten doen dat met de Inflation Reduction Act en China al jaren met omvangrijke industriële programma’s.

Verstandigste weg

Het besluit over Tata Steel moet daarom meer zijn dan een simpele rekensom. Het gaat om een keuze over de toekomst van industrie, technologie en werk in Nederland. De verstandigste weg ligt tussen twee uitersten: geen onvoorwaardelijke miljardensteun, maar ook geen simplistische conclusie dat sluiting economisch rationeel zou zijn. Als de overheid investeert, moet dat gebeuren in ruil voor radicale verduurzaming van de productie, een aantoonbare verbetering van de leefomgeving en een duidelijke rol voor werknemers en regio bij de transitie.

De vraag die uiteindelijk voorligt is daarom eenvoudig maar fundamenteel: willen we een land zijn dat zijn industrie vernieuwt, of een land dat haar langzaam laat verdwijnen.

1 Reactie

  1. hans hof

    Altijd weer een genoegen een tekst van BB te A onder ogen te hebben. Als klassiek opgeleid econoom aan de GU (het 1e studiejaar) resp. de UvA (volgende studiejaren) herken en erken ik de waarheid en wijsheid van zijn betoog. Economische wetenschap is een bescheiden wetenschapsvorm. Overwegend gebaseerd op gedragswetenschap en om het wetenschappelijk niveau wat op te poetsen opgevuld met toepassing van formules. Helaas is in de loop der jaren het besef van de bescheidenheid verloren gegaan en zijn veel economen zich een positie gaan aanmeten die hun capaciteiten ver te boven gaat. Het betoog over Tata Steel illustreert dit in opmerkelijke mate. Goed dat onze Dr. Bert Breij daar evenwichtig op wijst zoals een echte geleerde betaamt. Hulde.

    Antwoord

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Door Bert Breij

Door Bert Breij

En meer…

Share This

Vertel het door...

Deel deze pagina via je social media.