Er broeit iets buiten de Randstad. In provinciehuizen, gemeenteraden, dorpshuizen en burgerinitiatieven groeit het gevoel dat Den Haag niet luistert — of misschien niet eens begrijpt wat er leeft. Sinds het aantreden van het minderheidskabinet eind 2024 worden regionale stemmen steeds luider: “waar blijven wij in dit verhaal?” En nog fundamenteler: wat voor verhaal ís dit eigenlijk?
Het kabinet noemt zichzelf pragmatisch, resultaatgericht. Geen grote vergezichten, geen ideologische franje. Maar onder dat dunne laagje bestuursnuchterheid sluimert een gemis dat steeds zichtbaarder wordt: een kompas. Niet alleen moreel, maar ook bestuurlijk. Want waar richting ontbreekt, neemt de samenleving het stuur in eigen handen. En precies daar, ver van het Binnenhof, gebeurt iets dat wél richting geeft.
In de schaduw van het formele Haagse akkoord tussen drie partijen, is er de afgelopen jaren in heel andere netwerken een ander soort akkoord gegroeid. Geen coalitieverdrag, geen beleidsdocument, maar een gedeeld ethos, gedragen door burgercollectieven, lokale overheden, coöperaties en zorgnetwerken. In deze essayistische context noemen we dat de Drie-Zelfbenadering — gebaseerd op drie fundamentele principes: zelfregie, zelforganisatie en zelfbegrenzing. Zelfregie betekent zeggenschap over de directe leefomgeving. Zelforganisatie verwijst naar de kracht van netwerken en gemeenschappen buiten hiërarchische modellen. Zelfbegrenzing is het besef dat duurzame ontwikkeling alleen mogelijk is binnen de sociale en ecologische draagkracht van een samenleving.
Deze drie principes vormen de ruggengraat van een groeiende praktijk van regionaal en lokaal bestuur dat niet wacht op Haagse aansturing, maar vooruitloopt. In Friesland werd in 2025 een Regionaal Energiepact gesloten tussen de provincie, energiecoöperaties en boeren. In Noord-Brabant publiceerde het provinciebestuur een eigen stikstofplan, met vrijwillige grondruil, sociale innovatie en ecologisch herstel. Overijssel ontwikkelde een eigen AI-agenda, gericht op publieke technologie. In Groningen bouwt men met Noorderlijk Herstel aan een langetermijnvisie rond zeggenschap, waardigheid en herstel van vertrouwen.
Deze regio’s handelen niet alleen uit frustratie, maar vanuit overtuiging. En ze doen dat in de geest van een krachtig kader dat steeds breder wordt opgepakt: de 21 vormen van solidariteit, ontwikkeld door Stichting DeSolidariteit. Geen idealistisch pamflet, maar een scherp raamwerk van maatschappelijke relaties waar verbondenheid in praktijk wordt gebracht. Tussen generaties, tussen regio’s, in digitale ruimte, in werk, zorg, ruimte, data, taal, tijd en bezit.
De vormen zijn geen losse abstracties, maar bestuurlijke wegwijzers. Ze maken zichtbaar wat vaak onzichtbaar blijft: dat beleid keuzes veronderstelt over wie meedoet en wie niet. En steeds vaker verschijnen ze in combinatie. Een warmtenet raakt ecologische én economische solidariteit. Een zorgcoöperatie verbindt arbeid, cultuur en participatie. Een burgerberaad over AI raakt kennis-solidariteit, representatie en digitale rechtvaardigheid. Juist die verwevenheid maakt het krachtig — en pijnlijk dat het nationaal bestuur er zo weinig oog voor heeft.
In Den Haag blijven deze solidariteiten grotendeels onbenoemd. In beleidsstukken van het huidige kabinet is ‘solidariteit’ afwezig of abstract. En terwijl gemeenten, verenigd in de G40 en G4, waarschuwen dat ze vastlopen in een web van verplichtingen zonder zeggenschap, lijkt het Rijk het zicht op de samenleving te verliezen. Taken verschuiven, maar richting ontbreekt. Zoals een wethouder zei: “We krijgen de puzzelstukken, maar niet het voorbeeld op de doos.”
Tegelijkertijd groeit de technologische complexiteit. AI in sociale zekerheid, digitale infrastructuur in energienetten, algoritmes in burgerzaken. Maar zonder democratisch kader worden technologieën geen hulpmiddelen, maar nieuwe vormen van uitsluiting. Solidaire technologie — een toepassing van de 21 vormen op het digitale domein — biedt wél richting: publieke technologie die gericht is op rechtvaardige toegang, zeggenschap en maatschappelijke waarde.
De rol van het nationale en Europese niveau moet daarin veranderen. Den Haag en Brussel hoeven niet kleiner te worden — maar wel ánders. Niet sturend, maar verbindend. Niet alles bepalend, maar voorwaarden scheppend. De nationale overheid moet zich heruitvinden als bondgenoot, als beschermer van ondergrenzen, als facilitator van gedeelde ontwikkeling. Europa moet leren werken met regionale verschillen, met culturele context, met democratisch eigenaarschap van technologie en energie. Solidariteit stopt niet bij landsgrenzen — maar ze begint wél bij lokaal vertrouwen.
Wat deze tijd vraagt, is geen centralisatie, geen systemische perfectie. Wat nodig is, is verbeeldingskracht. De 21 vormen van solidariteit zijn geen eindpunt — maar ze maken zichtbaar wat al begint: een andere bestuurscultuur, een andere manier van kijken, werken, samenleven. Een samenleving die zichzelf opnieuw aan het uitvinden is, en vraagt om een staat die mee durft te bewegen.
De toekomst wordt niet geschreven in coalitieakkoorden. Ze wordt opgebouwd in wijken, dorpen, stadsranden, collectieven, digitale commons, provinciale pacten en Europese allianties. De enige vraag die ertoe doet is: sluit je aan — of blijf je achter?


0 reacties