In gesprek met Jos de Blok, oprichter van Buurtzorg
(Foto: Buurtzorg Nederland)
De Nederlandse zorg is onnodig duur door een complex en bureaucratisch bekostigingssysteem. Volgens Jos de Blok kan Nederland tot 25 procent op zorgkosten besparen als zorg eenvoudiger wordt georganiseerd en gefinancierd. De wijkverpleging laat zien dat dit werkt: ondanks vergrijzing en inflatie zijn de kosten al jaren stabiel, terwijl meer mensen worden geholpen. Dat komt doordat niet uren en producten centraal staan, maar kosten per cliënt, uitkomsten en preventie. Zorgprofessionals krijgen de ruimte om hun vak uit te oefenen, met minimale administratie en maximale verantwoordelijkheid. In andere sectoren leiden ingewikkelde regels en financiële prikkels juist tot meer overhead en hogere kosten. De kern is helder: zet zorgprofessionals echt aan het roer, vereenvoudig de bekostiging en richt toezicht op kwaliteit en effectiviteit in plaats van op geld. Dat levert betere zorg op tegen lagere kosten.
Solidariteit, vakmanschap en technologie
In het gesprek met de redactie van Stichting DeSolidariteit vatte Jos de Blok zijn visie kernachtig samen: “Goede zorg ontstaat waar solidariteit, vakmanschap en technologie elkaar versterken.” Juist deze uitspraak vormde het vertrekpunt voor een verdiepend interview in het kader van Solidaire Technologie.
Buurtzorg als tegenverhaal
Sinds de oprichting van Buurtzorg in 2007 is de organisatie uitgegroeid tot meer dan een succesvolle zorgaanbieder. Buurtzorg fungeert als een praktisch tegenverhaal in een tijd waarin zorg steeds vaker wordt benaderd als een technisch, bestuurlijk en economisch probleem. Wat Buurtzorg laat zien, is dat zorg in de kern een sociale praktijk is, die alleen duurzaam kan functioneren wanneer verschillende vormen van solidariteit samenkomen en bewust worden ondersteund door technologie. In recente gesprekken met Jos de Blok werd opnieuw duidelijk hoe consistent en tegelijk hoe urgent dit denken is geworden.
De praktijk als vertrekpunt
Jos de Blok kijkt niet van buitenaf naar de zorg. Hij begon zijn loopbaan als wijkverpleegkundige in Bemmel, bij het Wit-Gele Kruis, in de jaren tachtig. In kleine, generalistische teams werd zorg benaderd als een samenhangend geheel van medische, sociale en preventieve activiteiten. Interpersoonlijke solidariteit stond centraal, net als professionele solidariteit. Autonomie ging samen met verantwoordelijkheid. Deze praktijk vormde geen nostalgisch ideaalbeeld, maar een blijvend referentiekader.
De afbraak van samenhang
Vanaf de jaren negentig zag De Blok hoe zorg werd verkaveld in producten, indicaties en volumes. Institutionele solidariteit maakte plaats voor controle en verantwoording, economische solidariteit voor marktlogica. De gevolgen zijn zichtbaar in stijgende kosten, groeiende afstand tussen professionals en cliënten en een explosie van administratie. Zorg werd ingewikkeld gemaakt en dat werd professionalisering genoemd.
Solidariteit als organiserend principe
Buurtzorg ontstond als antwoord op deze ontwikkeling door solidariteit opnieuw centraal te stellen. Niet alleen in de relatie tussen professional en cliënt, maar ook in professionele samenwerking en gemeenschaps-solidariteit. Zorg wordt gedragen door netwerken van mantelzorgers, vrijwilligers en buurten. Dat herstelt het idee dat zorgen voor elkaar onderdeel is van samenleven en biedt kansen in een samenleving die worstelt met eenzaamheid en vergrijzing.
Ongelijkheid tussen wijken
Die gemeenschapsgerichte benadering kent ook kwetsbaarheden. Niet elke wijk beschikt over sterke netwerken en informele zorg is ongelijk verdeeld. De Blok benadrukt dat beleid moet aansluiten bij wat er daadwerkelijk aanwezig is. Technologie kan hier ondersteunen door zichtbaar te maken waar extra ondersteuning nodig is, mits zij niet wordt gebruikt om verantwoordelijkheden af te schuiven.
Technologie als bondgenoot van vakmanschap
Vanaf het begin speelt technologie een sleutelrol bij Buurtzorg. Digitale systemen zijn ontworpen om administratieve lasten te verminderen en kennisdeling te versterken. Technologie ondersteunt vakmanschap in plaats van het te vervangen. Ook AI biedt kansen, bijvoorbeeld door patronen zichtbaar te maken in achteruitgang, netwerkbelasting en preventie. Zo draagt technologie bij aan intergenerationele solidariteit en een houdbaar zorgstelsel.
De dreiging van technocratie
Tegelijk waarschuwt De Blok voor technologie die normerend of controlerend wordt ingezet. Zodra technologie bepaalt wat goede zorg is, keert het systeemdenken terug. De inzet van AI vraagt daarom om een moreel kompas waarin transparantie, context en professionele autonomie centraal staan. Dat is geen technische, maar een politieke en culturele keuze.
Economische en ecologische solidariteit
Buurtzorg laat zien dat mensgerichte zorg economisch doelmatig kan zijn door minder overhead en meer samenhang. Tegelijk blijft dit kwetsbaar zolang het stelsel betaalt voor handelingen in plaats van uitkomsten. De Blok pleit daarom voor uitkomstgerichte bekostiging, gericht op kwaliteit van leven en autonomie. Indirect raakt deze benadering ook aan ecologische solidariteit: zorg dichtbij organiseren en verspilling voorkomen vermindert druk op infrastructuur, energie en milieu.
Een morele keuze
Buurtzorg is geen afgerond succesverhaal, maar een voortdurend experiment waarin kansen, zwaktes en bedreigingen zichtbaar blijven. Juist daarom is De Bloks boodschap aan de politiek helder. Organiseer zorg rond solidariteit in al haar vormen, vertrouw professionals, gebruik technologie als ondersteuning en betaal voor wat werkelijk telt. “Goede zorg ontstaat waar solidariteit, vakmanschap en technologie elkaar versterken. Alles wat dat in de weg zit, moeten we durven loslaten.”
Buurtzorg laat zien dat die weg mogelijk is. Maar zij vraagt om keuzes. En die keuzes zijn niet technisch, maar moreel.


Goed verhaal!